Heb ik je vandaag al verteld dat ik van je hou.

Afgestudeerd, een vaste vriend, 3 kinderen, 2 verhuizingen, een aantal banen en vele avonturen en herinneringen verder. En dan vergeet ik nog zeker meer dan de helft. En bij alles stond je langs de zijlaan. In de wachtkamer. Of eigenlijk nog erger; je zat ‘vast’ in je eigen ziek zijn.
Nog even en ik ken je langer ziek, dan niet ziek. Bizar.

Ik had laatst weer een goed gesprek met je zoon, mijn broer. Beide nageslacht van jou. En beide verwerken we het op onze eigen manier. Of het nu komt dat we beide in een ander soort leven zitten wat betreft kinderen en partners, of dat we het toch anders verwerken en aanpakken. Het doet er eigenlijk niet toe. Hij is veel bij jou, praat met het personeel, haalt je op uit het huis, speelt een spelletje kaart.

Ik ben zo blij met hem.

En ik, ik kom af en toe langs. Meer af dan toe. Lijken wij een beetje op elkaar, Pap? Laatst was ik weer een keer bij je. Lang, te lang had ik je niet zelf gezien of gesproken. Dus heel bewust ben ik die middag naar je toe gegaan. Je was blij me te zien. Je zei het zelfs tegen me. Sereen en rustig. Ja, zo zat je in je stoel. Je luisterde naar klassieke muziek. Ik ben gewoon bij je gaan zitten. Stil. Zoals we vroeger ook al naast elkaar konden zitten. Je vroeg of ik verkouden was. Nee, pap, dat waren tranen. Stille, rustige tranen.


Weet je dat vriendlief nu de leeftijd heeft, waarop jij ziek werd. Dat spookt soms door mijn hoofd. Midden in het leven. Nog zo vol plannen. Ik weet het, de tijd is anders nu. Niet te vergelijken met jou. Maar toch.

Weet je dat mama het eigenlijk heel goed doet. Ze heeft er een taak bij in haar leven, maar ze gaat door. Tuurlijk heeft ze periodes met ups en downs. Maar ze gaat door.

Weet je dat mijn kinderen denken dat jij de oudste bent van de opa’s. En dat ze af en toe voordoen hoe dik jouw buik wel niet is. Of dat ik ze soms hele serieuze gesprekken met hun vriendjes hoor voeren, hoe erg ziek jij wel niet bent.

Het ene ‘weet je dat’ na het andere borrelt in mij op, zonder ze daadwerkelijk uit te spreken.  Om vervolgens weer net zo snel te vervagen. Ik grinnik even in mezelf. Ik moet denken aan mijn Mindfulness les met kinderen. “laat je gedachten als zeepbellen in de lucht verdwijnen, zonder ze te prikken of achterna te jagen.” Je kijkt naar me en grinnikt mee. Partner in crime.

Ons ‘gesprek’ kabbelt zo nog even in stilte door. Alsof we elkaar gisteren, vanmorgen, een uur geleden nog gezien en gesproken hebben. Als mensen ons zo zouden zien zitten, weten ze waarschijnlijk niet zo goed raad met de situatie. Twee zwijgende mensen in totale stilte. ‘Gesprek’ tussen vader en dochter. Het is oke. Als wij het maar weten. ‘Praten’ kan op verschillende lagen.

Ik sta op, geef je een kus. Voor ik weg ga scheer ik je ‘twee dagen’ stoppelbaardje nog even bij. Fijn dat ik dat mag doen. Dan vraag ik: ‘Pap, kijk mij eens aan’.
Met twee diepliggende ogen kijk je me aan. Even zie ik de oude glans.
‘Heb ik je vandaag al verteld dat ik van je hou’.

 

IMG_8417